25/8

Buiten Alexandra en Luc, en Charlotte en Luka, ben ik op de hele tocht erg weinig andere wandelaars tegengekomen die van de Atlantische oceaan naar de Middellandse zee stapten. Hier en daar een enkeling, maar geen mensen die ik systematisch terug tegenkwam. Geen trail family.

En vandaag, bijna met mijn voeten in de Méditerranée, zit ik dan plots in mijn bubbel: de Belg die een dag na mij is vertrokken, het Nederlandse koppel dat op dezelfde dag als ik vertrok, mijn Spanjaard. Mensen die ik de hele tocht nooit gezien heb, loop ik nu verschillende dagen na elkaar tegen het lijf. Zo bizar!

Verder wordt het wandelen stilaan corvee – het is hier heet! Ik ben klaar voor een duik in de Middellandse Zee.

Een kilometer in de hoogte stijgen bij 34’C

24/8

Ik wandel stilletjesaan een droger, meer Mediterraans landschap in. En wanneer je het einde van een lange tocht kan beginnen ruiken, rijst dan altijd die ene vraag: Versnel je om je doel eindelijk te bereiken? Of vertraag je, om het nog even langer te kunnen laten duren?

De keuze werd vandaag voor mij gemaakt: wanneer ik tegen zonsondergang aankwam op de plek in het gehuchtje waar ik had gepland mijn tentje op te slaan, bleek die geprivatiseerd te zijn en moest ik verder. In de schemer zocht ik nog tevergeefs naar twee vlakke vierkante meter om de nacht op door te brengen. En daarna zette ik mijn hoofdlamp op en klom anderhalf uur in een pikdonker bos verder. Weer een angst overwonnen!

23/8

Een dag van 27,5 km en tien wandeluren stond vandaag op de planning, volgens de gids “a long and strenuous hike”. De beklimming van de Pic de Canigou maakte daar deel van uit.

Pic de Canigou is een cheminée, en dat mag je vrij letterlijk nemen. Het laatste stuk van de beklimming was quasi verticaal een lange stenen trap beklimmen. Niet vanzelfsprekend met een zware rugzak en zonder head for heights. Ik heb wat afgezweet.

Pic de Canigou
Het laatste stukje van de cheminée

Ik was optimistisch geweest vanmorgen en had in Refuge de Batère, het eindpunt van de etappe, een maaltijd gereserveerd voor vanavond. En die worden stipt om 19:00 geserveerd. Met een vertrek om 9:00 betekende dat dat ik vandaag elke rustpauze onderweg moest ‘verdienen’. Gas geven, dus!

Het was 19:10, wanneer ik als een bezweet paard de refuge binnenstuikte en uitgeput tussen mijn frisgewassen medewandelaars neerplofte.

22/8

Een vlak plekje middenin een koeienweide was het beste wat ik gisterenavond in het donker nog kon vinden. Wakker worden in de vallei tussen de nieuwsgierige dames en dansende wolken was heerlijk.

Verder vandaag iets wat ik al een hele tocht gemist had: een plateau! Een dag wandelen zoals ik het in Colorado had gedaan: niet voortdurend steil stijgen en dalen, maar op grote hoogte zachtjes van pas naar pas golven.

De kilometerteller liep vlot vandaag. Zelfs de dichte mist kon die pret niet bederven.

21/8

Mijn Spanjaard was al vroeg vertrokken. Ik ging een koffietje drinken in het café waar ik gisterenavond mijn batterij had binnengestoken, zodat die tijdens de nacht kon opladen. Altijd een uitdaging om elektronica opgeladen te houden onderweg, zeker wanneer je je telefoon nodig hebt voor navigatie.

Door mijn late vertrek stond ik pas na vijven op de Col d’Eyne, vanwaar de HRP kilometerslang op de bergkam loopt die de Frans-Spaanse grens vormt. Ik was er op dat uur helemaal alleen, en liep in heerlijke stilte urenlang met de mooiste uitzichten, de ondergaande zon in mijn rug.

20/8

De Pic Carlit, met 2921m de hoogste piek in de oostelijke Pyreneeën, stond eigenlijk gisteren al op het programma. Maar in Refuge de Bésines hing deze prachtige schommelstoel en ik bleef er gisterennamiddag uren (in) hangen.

Étang des Bésines

Gisterenavond tot aan de voet van deze berg gestapt en de beklimming voor mijn ontbijt gespaard, zodat ik het grootste deel ervan nog in de schaduw kon doen.

Pic Carlit
Pic Carlit en ik

Aan de oostkant van de Pic Carlit lag Désert du Carlit, een gebied met 13 meren en verschillende restaurantjes. Na zo’n stevige ochtendlijke prestatie had ik me voorgenomen ergens een goed lunchmenu te vinden en een lange middagpauze te nemen.

Helaas, de Désert du Carlit liep bomvol bezoekers en in de verschillende restaurants was het een drukte van jewelste. Ik werd er wat zenuwachtig van. Ik had geen zin om in drie haasten een quiche door mijn keel te schuiven, dus ik wandelde maar door. Misschien was er verderop nog iets?

Het werden een hongerige (en kregelige) vier uur naar Bolquère, waar gelukkig een goed winkeltje was. Ik wist enkel nog niet waar te slapen vannacht. Na een reeks dorpjes en ging de route het natuurreservaat Vallée d’Eyne in, waar wandelaars enkel boven 2000m mogen kamperen. En ik had geen fut meer voor die klim.

Onderweg liep ik een Spaanse vijftiger tegen het lijf met hetzelfde probleem. Ik vroeg in Eyne aan een man op straat of we in het dorp mochten overnachten. Geen probleem, het marktplein was tot de volgende ochtend van ons.

19/8

“Non au prédateur” zag ik in het Baskenland in graffiti op een straatmuur geschreven staan. De me too-beweging is hier nog in volle gang, dacht ik.

Later kwam ik erachter dat het toch om een ander soort prédateur ging. Eind jaren negentig werd in de Pyreneeën de bruine beer geherintroduceerd. Geïmporteerd uit Slovenië om de Frans-Spaanse populatie te versterken. En elk département, zelfs elk dorp heeft daar zijn eigen mening over.

Recent zou een beer – naar verluidt – een schapenhoeder hebben proberen aan te vallen, waardoor de discussie weer helemaal is opgelaaid. De Pyreneeën zijn opgedeeld in pro-beer- en contra-beerkampen en bij elk gesprekje hierover is het even aftoetsen tot welk van de kampen je gesprekspartner behoort.

Tegen de vriendelijke berger die me een week geleden zijn gistkaas verkocht, zei ik dat ik de discussie niet goed begreep: voor zover ik wist zou een beer nooit zomaar een mens aanvallen en jaagt een beer echt op schapen? De man vertelde me dat hij kuddes koeien en paarden had en dat ook hij het al had meegemaakt dat hij ‘s morgens op zijn controleronde kadavers vond: dieren uit zijn kuddes die ‘ s nachts waren opgeschrikt door een beer en in blinde paniek een klif afstortten. Da’s natuurlijk een ander perspectief.

Een non vakkundig veranderd in een oui

18/8

Fantastisch kampeerplekje gevonden gisterenavond en er heerlijk geslapen.

Vandaag nam ik alweer afscheid van Andorra. Mijn tocht door het kleine landje leek op een bezoekje aan een nationaal park; prachtige uitzichten, een goed bewegwijzerde route, informatiebordjes onderweg, drinkwaterfonteintjes en… vuilnisbakken.

Het was een mistig afscheid: de vergezichten rond Collado de Juclar kreeg ik helaas niet te zien. Gelukkig waren de meren errond zo ook al prachtig.

Na Col de l’Albe, de Andorrees-Franse grens, volgde een lange afdaling naar l’Hospitalet-près-l’Andorre, het eerste kleine dorpje in Frankrijk. Ik had bevoorrading nodig, en had me voorgenomen in het dorpje wat te eten en ergens aan de rand van het dorp te kamperen.

Helaas, de kruidenier was net 10 minuten voor mijn aankomst gesloten. Gelukkig was de eigenaar er nog en haalde mijn pruillip me binnen. Hij was onder de indruk van mijn tocht en vroeg me of ik niet bang was van de dieren. “Enkel van mensen”, was mijn antwoord.

Dat snapte hij: er stak hier volgens hem wat volk de grens over: drugstraffiekers, sigarettensmokkelaars,… Het kwam af en toe wel eens voor dat er een dode met een rugzak vol sigarettensloffen in de bergen werd gevonden, wist hij me te vertellen.

Ik hing nog even in de snackbar rond, in een poging mijn externe batterij toch nog gedeeltelijk opgeladen te krijgen, pakte dan mijn zak in en deed waar ik goed in was: in een race tegen de ondergaande zon bergen opvliegen, om zo ver mogelijk van de grens vandaan te kunnen kamperen.

16/8

Door de wolken klom ik vanmorgen naar Port del Rat, via mijn eigen route, die een vrij steile rotswand bleek te zijn. Met de zon door de mist voelde het soms wat surreëel aan.

Boven de wolken kwam ik in een rotsig maanlandschap, heel anders dan de groene uitzichten op de GR10. En daar was ze dan: de grens met Andorra!

Ik verloor mijn ontvangst en kwam er zo achter dat Andorra geen deel uitmaakt van de EU. Wist ik niet! Ik wandelde voorbij sjieke skistations en daalde na een paar hoge passen af naar een hut. Ik keek uit naar een Andorrese maaltijd, dus had me voorgenomen bij de hut te stoppen, te eten en te kamperen.

De hut was een modern gebouw met een prachtig dakterras. Helaas, kamperen verboden. Om legaal te kamperen zou ik nog een hele avondwandeling voor de boeg hebben, maar de uitbaatster van de hut stelde vriendelijk voor dat ik me een stukje verderop wel in de bossen kon verstoppen en dat zij me niet zou verlinken. Toch niet echt het ontspannen avondje dat ik in gedachten had. Ik informeerde naar overnachten in de hut, maar helaas liet de grensovergang zich ook stevig in de prijzen voelen.

Ik bestelde een Boris en zette mij op het dakterras, terwijl ik mijn opties overliep. En dan begon het af te koelen en had ik helemaal geen zin meer om nog eens opnieuw te moeten vertrekken. Dus ik vertelde de waardin dat ze me mee mocht tellen voor het eten en dat ik graag een bed wou boeken.

Voor ik het besefte had ze een thermometerpistool op mijn voorhoofd gericht (“35,5 – l’hypothermia!”) en was er in mijn rechterwijsvinger geprikt. Zonder negatieve sneltest geen plekje in de hut. Andorra is voor haar economie sterk afhankelijk van het toerisme en kan het zich niet riskeren haar ‘groene’ status te verliezen, legde de waardin me uit.

Een hete douche later zat ik met blozende wangen voor een dampend bord soep, meer dan blij met de keuzes die ik vandaag had gemaakt.